Verslagen van diverse tochten
Lagetto di Terranera- Rio Marina
Op deze tocht wordt er veel offroad gereden en worden de klimcapaciteiten al eens goed aangesproken. Vertrek vanuit onze basis richting Reale. Hier loopt het over de verharde weg al enigszins bergop. In Reale, wat bestaat uit enige verspreid liggende huizen, zie je al aan je rechterkant waar je naar toe moet. Op de nuchtere maag is dit al een aardig kuitenbijtertje. Boven aangekomen verlaten we de verharde weg en duiken we met een leuke technische afdaling naar een klein binnenmeertje genoemd het Lagettho di Terranero. Het water is helemaal groen doordat het een oude groeve betreft waar heel veel zwavel in de grond zit. Het zeewater lost dit op en het water kleurt er behoorlijk groen van. Een speciaal gezicht in ieder geval. Het contrast tussen de blauwe zee en het felle groen. Voorheen mocht je er nog een bad in nemen en rook je 3 dagen naar lucifers maar dit is niet meer toegestaan.
Verder gaat het, natuurlijk weer even doorbijten, onverhard bergop uit het dal naar de flanken van de Monte Arco die met zijn 277 meter een leuke bult is in de omgeving. We blijven het slingerende pad over de zijkant volgen en kruisen de doorgaande weg naar Rio Nell Elba dat we in de verte zien liggen. Hier komen we nog op een andere tocht. Er volgt een afdaling door een uitgespoelde weg waarbij het lijkt of er dennenappels uit de lucht vallen. Bij nader inzien blijkt het een lokale bewoner te zijn die denkt dat er een hond langs zijn eigendom zwerft die hij wil verjagen. Als hij ziet dat het een paar bikers zijn, excuseert hij zich lachend en geeft volop uitleg! Vriendelijke mensen toch die Elbanen. Nog een paar honderd meter dalen en goed opletten want onder de bladeren die bij elkaar gespoeld zijn ligt regelmatig een overmaats “keitje”. Een voetje aan de grond moet af en toe kunnen.
De beloning volgt, beneden aangekomen moeten we dwars door een verlaten wijngaard en tussen al het overwoekerende groen kunnen we kiezen tussen het aanbod van bramen, witte en blauwe druiven. De blauwe druiven zijn het zoetste dit jaar, blijkt uit onze test. Vanaf nu is het echter weer werken geblazen en zoeken we al snel het kleine voorblad op. We moeten onverhard omhoog van 89 naar 215 meter en op 2 kilometer is dat flink doorduwen. De zon doet zijn best en geeft er ook nog een extra dimensie aan. Haakse bocht na haakse bocht volgt en we winnen snel aan hoogte. Er is geen tijd om te drinken, nu moet er gewerkt worden. Boven aangekomen vlakt de weg wat af en we doorkruisen wederom een verlaten ertsgroeve die schittert onder het zonlicht. Het panorama wordt al behoorlijk. Op een T-splitsing, waar we straks weer terug komen, gaan we naar rechts en dalen we weer een technisch stukje af. Recent heeft het nog behoorlijk geregend en dan spoelt alles wat maar enigszins los ligt naar beneden. De kunst is om uit de sporen te blijven en op de hoge kanten te rijden. De meesten lukt dit ook…
Hier in alle eenzaamheid liggen zowaar twee huisjes die bewoond zijn. De lokale kruising tussen een herder en een boxer laat zich van zijn beste kant zien en heeft zin in een wilde achtervolging. Hierbij doet hij verwoede pogingen om mijn SIDI’s te pakken te krijgen. Gelukkig is hij allergisch voor water uit mijn drinkbus en schreeuwt zijn baas hem tot de orde. Hij krijgt echter nog een kans als we hier later weer langs komen. Maar verder gaat het naar de uitkijkpost op de Capo Ortano. Van hier uit zie je het vasteland liggen en in vroeger tijden hield men vanaf hier het scheepvaartverkeer in de gaten. Er is nog een vervallen uitkijkpost te vinden op de top. Hier wordt halt gehouden en is er tijd voor het genieten van het uitzicht en de bootjes beneden op het water. Even op rust gekomen wordt er weer vertrokken voor de afdaling naar Rio Marina. De hond is binnen de omheining gezet en levert nu weinig problemen op. Op de afdaling lopen de schijven wel behoorlijk warm want je moet op het losse grind de snelheid er een beetje uit houden om de haakse bochten te kunnen ronden.
We dalen verder af door de vele wijngaarden waar de druiven voor de Elba Rosso nog steeds aan het rijpen zijn. Zon krijgen ze in ieder geval genoeg en wij ook. Beneden in het dorpje duiken we op een terrasje voor een koele Cola. Vandaag was dit terras een slechte keuze want er komt geen zuchtje wind dus we blijven niet te lang hangen. Er volgt tenslotte nog een klim naar de doorgaande weg terug naar Porto Azurro. Eenmaal boven aangekomen blijft de weg bijna gelijk langs de bergwand lopen en kun je wat snelheid maken. Het laatste stuk terug naar Barbarossa is als beloning voor het vele klimwerk bergaf en bevalt op dit moment uitstekend. Op de terugweg nog even een afsteekje maken naar de warme bakker voor wat verse proviand. Na 35km en 729 hoogtemeters op de teller kunnen de beentjes hoog voor de rest van de middag…
San Ilario in Campo- Monte Perone
Vertrokken wordt er vroeg in de ochtend want vandaag belooft het weer warm te worden. Gepland staat een tocht over een dikke 70km en met een hoogteverschil van 1300 meter dat overwonnen moet worden. De bidons moeten vandaag vol want er zal heel wat vocht worden verloren in de klimmetjes. Een voordeel hebben we wel want vandaag gaan we niet veel offroad. Alles verloopt over geasfalteerde, voor het merendeel vrij rustige weggetjes. Porto Azurro, waar we het eerste doorheen fietsen, is nog in rust, alleen de leveraniers doen hun werk. Vanuit Porto Azurro volgen we de hoofdweg richting Portoferraio. Een stuk vals plat dat langzaam omhoog loopt. We buigen tijdig af en nemen de kustweg richting Lacona. De eerste vergezichten over de baai van Lacona dienen zich al aan. Zoals normaal is de zee weer erg blauw en waait er een rustig briesje. De rust is echter relatief want de eerste klim komt er aan. De Monte Tambone ligt voor ons. Met zijn 377 meter nog niet zo imposant maar het gaat vrij recht omhoog en de haarspelden zijn niet al te scherp. Drie kilometer duurt het vanaf beneden naar boven. Boven wacht al een weids uitzicht richting de Monte Perone met zijn 1100 meter.
Na een snelle afdaling komen we uit in een grote vlakte waar ook het vliegveld van Elba ligt. Het is niet meer dan een landingsbaantje van een paar honderd meter. We rijden er omheen en hebben genoeg tijd om eens rond te kijken. In de hoogte zien we de Torre de Giovanni al liggen en het hoogteverschil is niet misselijk. Deze toren gaan we straks passeren op onze weg naar de top van de Monte Perone. Maar eerst rijden we door La Pila waar we de eerste serie haarspeldbochten nemen die we vanuit de verte al zagen liggen. Ze lijken niet zo steil te zijn als we verwachten en ze brengen ons al snel naar een grotere hoogte. Het bergdorp San Ilario in Campo doemt op. Dit is een typisch Elbaans bergdorpje met kleine steegjes en veel hoogteverschillen waar zich alles afspeelt rond het dorpspleintje. Er is een lekker terrasje onder de bomen en we duiken er met zijn allen op. De Colaatjes zijn koud en smaken goed. Deze zullen ons de energie geven die we nog nodig hebben voor de slotklim naar de Monte Perone.
Direct na San Ilario gaat de weg over in een smaller pad dat goed te berijden is. Vanaf hier gaat het echt omhoog. De borden in de berm geven aan dat het 10% is maar er zijn stukjes bij waar je aan jezelf twijfelt en denkt dat je toch nog ergens kleinere versnellingen had. Je ziet de weg hogerop lopen en je denkt dat je er bent na de volgende bocht. Echter blijkt het nog altijd enige bochten verder te zijn. Goed blijven drinken en proberen het eigen ritme er in te houden. De groep valt uit elkaar en iedereen is met zijn eigen ding bezig. Dit is genieten. Afgesproken is dat er boven gewacht wordt bij een bron die links in het kastanjebos ontspringt. Hier kun je nog gewoon je bidon met bergwater vullen. En ja hoor, net als je denkt dat het genoeg is, zie je de verlossende bron in de verte opdoemen. Nog even doorduwen en dan even de druk van de benen af. Het water smaakt goed en je gezicht ontdoen van het opgedroogde zweet is ook wel lekker. Als alles weer bijgevuld is wordt er nog een kleine 150 meter geklommen die minder erg lijken omdat ze door het schaduwrijke bos lopen.
Boven is een picknickplaats waar we nog een banaantje naar binnen schuiven voordat we de afdaling ingaan. In de berm een paaltje dat een hoogte aangeeft van 683 meter. Dit zijn wel meters vanaf zeeniveau en niet zoals in de Alpen dat je al start van 900 meter. Je start hier vanaf 0 meter! De afdaling naar Poggio verloopt mooi met overzichtelijke bochten en aangekomen in Poggio dat op 350 meter ligt zijn de vergezichten weer talrijk. Beneden in Marciana Marina zoeken de toeristen weer naar de beste plekjes op het strand en wij volgen de kustweg via Procchio terug richting Portoferraio. Het gaat constant op en af maar loopt vrij goed op het warme asfalt. Er wacht nog een klim op dit traject en dat is de 335 meter hoge Monte Pericoli. Dit gaat echter vrij geleidelijk en is na de Monte Perone maar een peuleschilletje. Alleen de soms passerende tourbussen kunnen je behoorlijk op je adem werken want het schijnt dat ze nog niet allemaal een roetfilter hebben.
Boven gekomen volgt nog een lekker lange afdaling. Halverwege kunnen we hier afbuigen om het woonhuis van Napoleon bezoeken. Dit ligt verscholen in het San Martino dal en is een touristische trekpleister. Dat wordt in ieder geval door de lokale bevolking aangegrepen om nog een centje bij te verdienen. Het oorspronkelijke huis is inmiddels voorzien van een flink bijgebouwd museum waarbij aan de hand van je nationaliteit wordt bepaald wat de entreeprijs is… Vraag me niet waarom… Na deze tussenstop gaat het vlak verder en meestal wel geholpen door een stevige rugwind terug naar Porto Azurro waar de zee, een lekker drankje en een stoel wacht.